
Het programma
Het examenvak LO2 bestaat uit drie onderdelen:
- Bewegen
- Bewegen & regelen
- Bewegen & gezondheid & samenleving
Het verschil met de gewone lessen bewegingsonderwijs is dat je veel dieper op de stof ingaat. Bij ‘Bewegen' vergroot je je vaardigheid in een aantal spelen, turnactiviteiten, dansvormen, atletiekonderdelen, keuzeactiviteiten en in een zelfverdedigingsonderdeel.
Bij ‘Bewegen & regelen' gaat het om het leren vervullen van taken als scheidsrechter, coach, en toernooi-of wedstrijdorganisator. Je moet bewegingssituaties op gang brengen, op gang houden, bewaken, beoordelen, aanpassen en organiseren.
Bij ‘Bewegen & gezondheid & samenleving' doe je achtergrondkennis op over sport en bewegen. Bijvoorbeeld over de relatie tussen bewegen en gezondheid, over het opzetten van een trainingsprogramma en over het verbeteren van je eigen fitheid. Ook doe je kennis op over Eerste Hulp Bij Sport Ongelukken. Er is een sportkeuzetest en een spelregelkennistest. Je leert hoe een sportvereniging wordt gerund. En je voert een stageopdracht uit, bijvoorbeeld bij je eigen sportvereniging, waarna je het geleerde in de klas laat zien.
|